Artikel 13
Verplichtingen van fabrikanten
1. Wanneer fabrikanten een product met digitale elementen in de handel brengen, zorgen zij ervoor dat dat product is ontworpen, ontwikkeld en geproduceerd overeenkomstig de essentiële cyberbeveiligingsvereisten van deel I van bijlage I.
2. Met het oog op de naleving van de in lid 1 vastgestelde verplichting beoordelen fabrikanten de cyberbeveiligingsrisico’s die verbonden zijn aan een product met digitale elementen, en houden zij rekening met het resultaat van die beoordeling tijdens de plannings-, ontwerp-, ontwikkelings-, productie-, leverings- en onderhoudsfase van het product met digitale elementen, teneinde de cyberbeveiligingsrisico’s tot een minimum te beperken, incidenten te voorkomen en de gevolgen daarvan tot een minimum te beperken, onder meer met betrekking tot de gezondheid en veiligheid van gebruikers.
3. De beoordeling van de cyberbeveiligingsrisico’s wordt gedocumenteerd en zo nodig bijgewerkt tijdens een overeenkomstig lid 8 van dit artikel vast te stellen ondersteuningsperiode. Die beoordeling van de cyberbeveiligingsrisico’s omvat ten minste een analyse van cyberbeveiligingsrisico’s op basis van het beoogde doel en het redelijkerwijs voorzienbaar gebruik, alsook de voorwaarden van het gebruik, van het product met digitale elementen, zoals de operationele omgeving of de te beschermen activa, waarbij rekening wordt gehouden met de verwachte gebruiksduur van het product. In de beoordeling van de cyberbeveiligingsrisico’s wordt vermeld of, en zo ja op welke wijze, de beveiligingsvereisten van deel I, punt 2, van bijlage I, van toepassing zijn op het desbetreffende product met digitale elementen en op welke wijze die vereisten worden uitgevoerd op basis van de beoordeling van de cyberbeveiligingsrisico’s. Daarin wordt ook aangegeven hoe de fabrikant deel I, punt 1, van bijlage I, en de in deel II van bijlage I, vastgestelde vereisten inzake de respons op kwetsbaarheden toepast.
4. Wanneer de fabrikant een product met digitale elementen in de handel brengt, neemt hij een beoordeling van de in lid 3 van dit artikel bedoelde cyberbeveiligingsrisico’s op in de technische documentatie als vereist op grond van artikel 31 en bijlage VII. Voor producten met digitale elementen als bedoeld in artikel 12, die ook onder andere rechtshandelingen van de Unie vallen, kan de beoordeling van de cyberbeveiligingsrisico’s deel uitmaken van de risicobeoordeling die op grond van die respectieve rechtshandelingen van de Unie vereist is. Indien bepaalde essentiële cyberbeveiligingsvereisten niet van toepassing zijn op het product met digitale elementen, neemt de fabrikant in die technische documentatie daarvoor een duidelijke motivering op.
5. Met het oog op de naleving van lid 1 betrachten fabrikanten de passende zorgvuldigheid bij de integratie van van derden afkomstige componenten in producten met digitale elementen, zodat die componenten de cyberbeveiliging van het product met digitale elementen niet in gevaar brengen, ook bij integratie van componenten van vrije en opensourcesoftware die niet in het kader van een handelsactiviteit op de markt worden aangeboden.
6. Bij de vaststelling van een kwetsbaarheid in een component, met inbegrip van een opensourcecomponent, die in het product met digitale elementen is geïntegreerd, melden fabrikanten de kwetsbaarheid aan de persoon of entiteit die de component vervaardigt of onderhoudt, en pakken onverwijld de kwetsbaarheid aan en verhelpen die in overeenstemming met de vereisten inzake de respons op kwetsbaarheden van deel II van bijlage I. Wanneer fabrikanten een wijziging van software of hardware hebben ontwikkeld om de kwetsbaarheid van die component aan te pakken, delen zij de desbetreffende code of documentatie met de persoon of entiteit die de component vervaardigt of onderhoudt, indien passend in een machineleesbaar formaat.
7. De fabrikanten documenteren systematisch, op een wijze die in verhouding staat tot de aard en de cyberbeveiligingsrisico’s, relevante cyberbeveiligingsaspecten met betrekking tot de producten met digitale elementen, met inbegrip van kwetsbaarheden waarvan zij kennisnemen en alle relevante informatie die door derden wordt verstrekt, en werken, indien van toepassing, de beoordeling van de cyberbeveiligingsrisico’s van de producten bij.
8. Fabrikanten zorgen ervoor, wanneer zij een product met digitale elementen in de handel brengen en gedurende de ondersteuningsperiode, dat de kwetsbaarheden van dat product, met inbegrip van de componenten daarvan, doeltreffend en in overeenstemming met de essentiële cyberbeveiligingsvereisten van deel II van bijlage I worden aangepakt.
Fabrikanten bepalen de ondersteuningsperiode op zodanige wijze dat die de verwachte gebruiksduur van het product weerspiegelt, waarbij met name rekening wordt gehouden met redelijke verwachtingen van de gebruikers, de aard van het product, met inbegrip van het beoogde doel van het product, en het relevante Unierecht dat de levensduur van producten met digitale elementen bepaalt. Bij het bepalen van de ondersteuningsperiode kunnen fabrikanten ook rekening houden met de ondersteuningsperioden voor producten met digitale elementen met een soortgelijke functionaliteit die door andere fabrikanten in de handel worden gebracht, de beschikbaarheid van de operationele omgeving, de ondersteuningsperioden voor geïntegreerde componenten die kernfuncties leveren en afkomstig zijn van derden, alsook relevante richtsnoeren van de op grond van artikel 52, lid 15, opgerichte speciale administratievesamenwerkingsgroep (ADCO) en de Commissie. De aangelegenheden waarmee rekening moet worden gehouden om de ondersteuningsperiode te bepalen, worden op zodanige wijze in aanmerking genomen dat de evenredigheid wordt gewaarborgd.
Onverminderd de tweede alinea bedraagt de ondersteuningsperiode ten minste vijf jaar. Wanneer het product met digitale elementen naar verwachting minder dan vijf jaar in gebruik zal zijn, stemt de ondersteuningsperiode overeen met de verwachte gebruiksduur.
Rekening houdend met de ADCO-aanbevelingen als bedoeld in artikel 52, lid 16, kan de Commissie overeenkomstig artikel 61 gedelegeerde handelingen vaststellen ter aanvulling van deze verordening door de minimale ondersteuningsperiode voor specifieke productcategorieën te specificeren wanneer uit de markttoezichtgegevens blijkt dat de ondersteuningsperioden ontoereikend zijn.
Fabrikanten nemen de informatie die in aanmerking is genomen om de ondersteuningsperiode van een product met digitale elementen te bepalen, op in de in bijlage VII beschreven technische documentatie.
Fabrikanten beschikken over passende beleidslijnen en procedures, met inbegrip van een gecoördineerd beleid inzake openbaarmaking van kwetsbaarheden, als bedoeld in deel II, punt 5, van bijlage I om potentiële kwetsbaarheden in het product met digitale elementen die door interne of externe bronnen zijn gemeld, te behandelen en te verhelpen.
9. Fabrikanten zorgen ervoor dat elke beveiligingsupdate, als bedoeld in deel II, punt 8, van bijlage I, die tijdens de ondersteuningsperiode ter beschikking van de gebruikers is gesteld, na afgifte ten minste gedurende tien jaar beschikbaar blijft, of gedurende de rest van de ondersteuningsperiode, indien die langer is.
10. Wanneer een fabrikant opeenvolgende ingrijpend gewijzigde versies van een softwareproduct in de handel heeft gebracht, mag die fabrikant ervoor zorgen dat alleen voor de laatst in de handel gebrachte versie aan het essentiële cyberbeveiligingsvereiste van deel II, punt 2, van bijlage I wordt voldaan, mits de gebruikers van de eerder in de handel gebrachte versies kosteloos toegang hebben tot de laatst in de handel gebrachte versie en geen extra kosten hoeven te maken voor de aanpassing van de hardware- en softwareomgeving waarin zij de oorspronkelijke versie van dat product gebruiken.
11. Fabrikanten kunnen openbare softwarearchieven bijhouden om de toegang van gebruikers tot historische versies te verbeteren. In die gevallen worden gebruikers duidelijk en op gemakkelijk toegankelijke wijze geïnformeerd over de risico’s in verband met het gebruik van niet-ondersteunde software.
12. Alvorens een product met digitale elementen in de handel te brengen, stellen fabrikanten de in artikel 31 bedoelde technische documentatie op.
Zij voeren de in artikel 32 bedoelde gekozen conformiteitsbeoordelingsprocedures uit of laten die uitvoeren.
Wanneer met die conformiteitsbeoordelingsprocedure is aangetoond dat het product met digitale elementen voldoet aan de essentiële cyberbeveiligingsvereisten van deel I van bijlage I en dat de door de fabrikant ingestelde processen voldoen aan de essentiële cyberbeveiligingsvereisten van deel II van bijlage I, stellen de fabrikanten de EU-conformiteitsverklaring op overeenkomstig artikel 28 en brengen zij de CE-markering aan overeenkomstig artikel 30.
13. Fabrikanten houden de technische documentatie en de EU-conformiteitsverklaring gedurende ten minste tien jaar nadat het product met digitale elementen in de handel is gebracht of gedurende de ondersteuningsperiode indien die langer is, ter beschikking van de markttoezichtautoriteiten.
14. Fabrikanten voeren procedures in om de conformiteit met deze verordening te waarborgen van producten met digitale elementen die deel uitmaken van een productiereeks. Fabrikanten houden naar behoren rekening met veranderingen in het ontwikkelings- en productieproces of in het ontwerp of de kenmerken van het product met digitale elementen en met wijzigingen in de in artikel 27 bedoelde geharmoniseerde normen, Europese cyberbeveiligingscertificeringsregelingen of gemeenschappelijke specificaties waarnaar wordt verwezen in de conformiteitsverklaring van het product met digitale elementen of op grond waarvan de conformiteit van het product wordt geverifieerd.
15. Fabrikanten zorgen ervoor dat op hun producten met digitale elementen een type-, partij- of serienummer, dan wel een ander identificatiemiddel is aangebracht, of wanneer dat niet mogelijk is, dat die informatie op de verpakking ervan of in een bij het product met digitale elementen gevoegd document is vermeld.
16. Fabrikanten vermelden de naam, de geregistreerde handelsnaam of het geregistreerde merk van de fabrikant en het postadres, het e-mailadres of andere digitale contactgegevens, alsook, in voorkomend geval, de website waarop contact met de fabrikant kan worden opgenomen, op het product met digitale elementen, op de verpakking ervan of in een bij het product met digitale elementen gevoegd document. Die informatie wordt ook opgenomen in de in bijlage II vermelde informatie en instructies voor de gebruiker. De contactgegevens worden gesteld in een taal die de gebruikers en de markttoezichtautoriteiten gemakkelijk kunnen begrijpen.
17. Voor de toepassing van deze verordening wijzen fabrikanten een centraal contactpunt aan om gebruikers in staat te stellen rechtstreeks en snel met hen te communiceren, onder meer om de melding van kwetsbaarheden van het product met digitale elementen te vergemakkelijken.
Fabrikanten zorgen ervoor dat het centraal contactpunt gemakkelijk te identificeren is voor de gebruikers. Zij nemen het centrale contactpunt ook op in de in bijlage II vermelde informatie en instructies voor de gebruiker.
Het centrale contactpunt biedt gebruikers de mogelijkheid om de communicatiemiddelen van hun voorkeur te kiezen en beperkt die middelen niet tot geautomatiseerde hulpmiddelen.
18. Fabrikanten zorgen ervoor dat producten met digitale elementen vergezeld gaan van de in bijlage II vermelde informatie en instructies voor de gebruiker, op papier of in elektronische vorm. Die informatie en instructies worden verstrekt in een taal die de gebruikers en markttoezichtautoriteiten gemakkelijk kunnen begrijpen. Zij zijn duidelijk, begrijpelijk en leesbaar. Zij maken de veilige installatie, de veilige werking en het veilig gebruik van producten met digitale elementen mogelijk. Fabrikanten houden de in bijlage II vermelde informatie en instructies voor de gebruiker gedurende ten minste tien jaar nadat het product met digitale elementen in de handel is gebracht of gedurende de ondersteuningsperiode indien die langer is, ter beschikking van de gebruikers en de markttoezichtautoriteiten. Wanneer die informatie en instructies online worden verstrekt, zorgen de fabrikanten ervoor dat ze toegankelijk, gebruiksvriendelijk en online beschikbaar zijn gedurende ten minste tien jaar nadat het product met digitale elementen in de handel is gebracht of gedurende de ondersteuningsperiode indien die langer is.
19. Fabrikanten zorgen ervoor dat de einddatum van de in lid 8 bedoelde ondersteuningsperiode, met inbegrip van ten minste de maand en het jaar, op het moment van aankoop op gemakkelijk toegankelijke wijze duidelijk en begrijpelijk wordt gespecificeerd en, in voorkomend geval, op het product met digitale elementen, op de verpakking ervan of met digitale middelen.
Indien dat in verband met de aard van het product met digitale elementen technisch haalbaar is, stellen fabrikanten gebruikers door de weergave van een notificatie ervan op de hoogte dat hun product met digitale elementen het einde van de ondersteuningsperiode heeft bereikt.
20. Fabrikanten verstrekken een kopie van de EU-conformiteitsverklaring of een vereenvoudigde EU-conformiteitsverklaring bij het product met digitale elementen. Wanneer een vereenvoudigde EU-conformiteitsverklaring wordt verstrekt, bevat die het juiste internetadres waarop de volledige EU-conformiteitsverklaring kan worden geraadpleegd.
21. Vanaf het in de handel brengen en gedurende de ondersteuningsperiode nemen fabrikanten die weten of die redenen hebben om aan te nemen dat het product met digitale elementen of de door de fabrikant ingestelde processen niet in overeenstemming zijn met de essentiële cyberbeveiligingsvereisten van bijlage I, onmiddellijk de nodige corrigerende maatregelen om dat product met digitale elementen of de processen van de fabrikant in overeenstemming te brengen, of om het product zo nodig uit de handel te nemen of terug te roepen.
22. Fabrikanten verstrekken op een met redenen omkleed verzoek van een markttoezichtautoriteit aan die autoriteit, in een taal die die autoriteit gemakkelijk kan begrijpen, alle informatie en documentatie, schriftelijk of in elektronische vorm, die nodig is om de conformiteit van het product met digitale elementen en van de door de fabrikant ingestelde processen met de essentiële cyberbeveiligingsvereisten van bijlage I aan te tonen. Fabrikanten verlenen op verzoek van die autoriteit medewerking aan alle maatregelen die zijn genomen om de cyberbeveiligingsrisico’s van het product met digitale elementen dat zij in de handel hebben gebracht, weg te nemen.
23. Een fabrikant die zijn activiteiten stopzet en daardoor niet in staat is aan deze verordening te voldoen, stelt de betrokken markttoezichtautoriteiten, voordat de stopzetting van de activiteiten van kracht wordt, alsook, met alle beschikbare middelen en voor zover mogelijk, de gebruikers van de betrokken producten met digitale elementen die in de handel zijn gebracht, in kennis van de aanstaande stopzetting van de activiteiten.
24. De Commissie kan door middel van uitvoeringshandelingen, rekening houdend met Europese of internationale normen en beste praktijken, het formaat en de elementen van de in deel II, punt 1, van bijlage I bedoelde softwarestuklijst specificeren. Die uitvoeringshandelingen worden volgens de in artikel 62, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure vastgesteld.
25. Om te beoordelen of de lidstaten en de Unie als geheel afhankelijk zijn van softwarecomponenten en met name van componenten die als vrije en opensourcesoftware kunnen worden aangemerkt, kan de ADCO besluiten een EU-brede afhankelijkheidsbeoordeling uit te voeren voor specifieke categorieën producten met digitale elementen. Daartoe kunnen markttoezichtautoriteiten fabrikanten van dergelijke categorieën producten met digitale elementen verzoeken de desbetreffende softwarestuklijsten als bedoeld in deel II, punt 1, van bijlage I te verstrekken. Op basis van die informatie kunnen de markttoezichtautoriteiten aan de ADCO geanonimiseerde en geaggregeerde informatie over softwareafhankelijkheden verstrekken. De ADCO dient een verslag over de resultaten van de afhankelijkheidsbeoordeling in bij de op grond van artikel 14 van Richtlijn (EU) 2022/2555 opgerichte samenwerkingsgroep.