Artikel 56
Procedure op het niveau van de Unie voor producten met digitale elementen die een significant cyberbeveiligingsrisico inhouden
1. Indien de Commissie voldoende redenen heeft om, onder meer op basis van door Enisa verstrekte informatie, aan te nemen dat een product met digitale elementen dat een significant cyberbeveiligingsrisico inhoudt, niet voldoet aan de vereisten van deze verordening, stelt zij de betrokken markttoezichtautoriteiten daarvan op de hoogte. Wanneer de markttoezichtautoriteiten evalueren of dat product met digitale elementen dat een significant cyberbeveiligingsrisico kan inhouden, voldoet aan de vereisten van deze verordening, zijn de in de artikelen 54 en 55 bedoelde procedures van toepassing.
2. Indien de Commissie voldoende redenen heeft om aan te nemen dat een product met digitale elementen in het licht van niet-technische risicofactoren een significant cyberbeveiligingsrisico vormt, stelt zij de betrokken markttoezichtautoriteiten en, indien passend, de bevoegde autoriteiten die zijn aangewezen of opgericht op grond van artikel 8 van Richtlijn (EU) 2022/2555, daarvan op de hoogte en werkt zij zo nodig met die autoriteiten samen. De Commissie houdt ook rekening met de relevantie van de vastgestelde risico’s voor dat product met digitale elementen gelet op haar taken met betrekking tot de op Unieniveau gecoördineerde beveiligingsrisicobeoordelingen van kritieke toeleveringsketens die zijn bepaald in artikel 22 van Richtlijn (EU) 2022/2555, en raadpleegt zo nodig de op grond van artikel 14 van Richtlijn (EU) 2022/2555 opgerichte samenwerkingsgroep en Enisa.
3. In omstandigheden die een onmiddellijk optreden rechtvaardigen om de goede werking van de interne markt te vrijwaren, en wanneer de Commissie voldoende redenen heeft om aan te nemen dat het in lid 1 bedoelde product met digitale elementen nog steeds niet aan de vereisten van deze verordening voldoet en de betrokken markttoezichtautoriteiten geen doeltreffende maatregelen hebben genomen, evalueert de Commissie de conformiteit en kan zij Enisa verzoeken ter ondersteuning daarvan een analyse te verstrekken. De Commissie stelt de betrokken markttoezichtautoriteiten daarvan in kennis. De desbetreffende marktdeelnemers werken zo nodig samen met Enisa.
4. Op basis van de in lid 3 bedoelde evaluatie kan de Commissie besluiten dat een corrigerende of beperkende maatregel op het niveau van de Unie noodzakelijk is. Daartoe raadpleegt zij onverwijld de betrokken lidstaten en marktdeelnemers.
5. Op basis van het in lid 4 van dit artikel bedoelde overleg kan de Commissie uitvoeringshandelingen vaststellen om te voorzien in corrigerende of beperkende maatregelen op het niveau van de Unie, onder meer door te gelasten de betrokken producten met digitale elementen binnen een redelijke termijn in verhouding tot de aard van het risico uit de handel te nemen of terug te roepen. Die uitvoeringshandelingen worden volgens de in artikel 62, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure vastgesteld.
6. De Commissie stelt de betrokken marktdeelnemers onmiddellijk in kennis van de in lid 5 bedoelde uitvoeringshandelingen. De lidstaten voeren die uitvoeringshandelingen onverwijld uit en stellen de Commissie daarvan in kennis.
7. De leden 3 tot en met 6 zijn van toepassing voor de duur van de uitzonderlijke situatie die het optreden van de Commissie rechtvaardigde, mits het betrokken product met digitale elementen niet in overeenstemming is gebracht met deze verordening.