Artikel 2
Toepassingsgebied
1. Deze verordening is van toepassing op op de markt aangeboden producten met digitale elementen waarvan het beoogde doel of het redelijkerwijs voorzienbaar gebruik een directe of indirecte logische of fysieke gegevensverbinding met een apparaat of netwerk omvat.
2. Deze verordening is niet van toepassing op producten met digitale elementen waarop de volgende rechtshandelingen van de Unie van toepassing zijn:
- a) Verordening (EU) 2017/745;
- b) Verordening (EU) 2017/746;
- c) Verordening (EU) 2019/2144.
3. Deze verordening is niet van toepassing op producten met digitale elementen die zijn gecertificeerd overeenkomstig Verordening (EU) 2018/1139.
4. Deze verordening is niet van toepassing op uitrusting die binnen het toepassingsgebied van Richtlijn 2014/90/EU van het Europees Parlement en de Raad valt.
5. De toepassing van deze verordening op producten met digitale elementen die vallen onder andere voorschriften van de Unie tot vaststelling van vereisten die betrekking hebben op alle of een deel van de risico’s die door de essentiële cyberbeveiligingsvereisten van bijlage I worden bestreken, kan worden beperkt of uitgesloten indien:
- a) een dergelijke beperking of uitsluiting strookt met het algemene regelgevingskader dat op die producten van toepassing is, en
- b) de sectorale voorschriften hetzelfde of een hoger beschermingsniveau bieden als deze verordening.
De Commissie is bevoegd om overeenkomstig artikel 61 gedelegeerde handelingen vast te stellen om deze verordening aan te vullen door nader te bepalen of een dergelijke beperking of uitsluiting noodzakelijk is, welke producten en regels daarbij betrokken zijn en, voor zover relevant, wat het toepassingsgebied van de beperking is.
6. Deze verordening is niet van toepassing op reserveonderdelen die op de markt worden aangeboden ter vervanging van identieke componenten in producten door digitale elementen en die zijn vervaardigd volgens dezelfde specificaties als de componenten die zij beogen te vervangen.
7. Deze verordening is niet van toepassing op producten met digitale elementen die uitsluitend voor doeleinden van nationale veiligheid of voor defensiedoeleinden zijn ontwikkeld of gewijzigd, noch op producten die specifiek zijn ontworpen voor de verwerking van gerubriceerde informatie.
8. De in deze verordening vastgelegde verplichtingen omvatten niet de verstrekking van informatie waarvan de bekendmaking strijdig zou zijn met de wezenlijke belangen van de lidstaten inzake nationale veiligheid, openbare veiligheid of defensie.