Artikel 8
Kritieke producten met digitale elementen
1. De Commissie is bevoegd om overeenkomstig artikel 61 gedelegeerde handelingen ter aanvulling van deze verordening vast te stellen om te bepalen voor welke producten met digitale elementen met de belangrijkste functionaliteit van een productcategorie die is vermeld in bijlage IV bij deze verordening een Europees cyberbeveiligingscertificaat op ten minste het zekerheidsniveau “substantieel” in het kader van een op grond van Verordening (EU) 2019/881 vastgestelde Europese cyberbeveiligingscertificeringsregeling moet worden verkregen om de conformiteit met de essentiële cyberbeveiligingsvereisten van bijlage I bij deze verordening of delen daarvan aan te tonen, mits er op grond van Verordening (EU) 2019/881 een Europese cyberbeveiligingscertificeringsregeling voor die categorieën producten met digitale elementen is vastgesteld en beschikbaar is voor de fabrikanten. In die gedelegeerde handelingen wordt het vereiste zekerheidsniveau gespecificeerd, dat in verhouding staat tot het niveau van het cyberbeveiligingsrisico dat aan de producten met digitale elementen verbonden is en rekening houdt met het beoogde doel ervan, met inbegrip van de kritieke afhankelijkheid van in artikel 3, lid 1, van Richtlijn (EU) 2022/2555 bedoelde essentiële entiteiten ten aanzien van dergelijke producten.
Alvorens dergelijke gedelegeerde handelingen vast te stellen, verricht de Commissie een beoordeling van het potentiële markteffect van de beoogde maatregelen en raadpleegt zij relevante belanghebbenden, waaronder de uit hoofde van Verordening (EU) 2019/881 opgerichte Europese Groep voor cyberbeveiligingscertificering. Bij de beoordeling wordt rekening gehouden met de mate waarin de lidstaten gereed zijn en over de capaciteit beschikken om de desbetreffende Europese cyberbeveiligingscertificeringsregeling toe te passen. Indien er geen gedelegeerde handelingen als bedoeld in de eerste alinea van dit lid zijn vastgesteld, worden producten met digitale elementen met de belangrijkste functionaliteit van een productcategorie als vermeld in bijlage IV onderworpen aan de in artikel 32, lid 3, bedoelde conformiteitsbeoordelingsprocedures.
De in de eerste alinea bedoelde gedelegeerde handelingen voorzien in een minimale overgangsperiode van zes maanden, tenzij een kortere overgangsperiode om dwingende redenen van urgentie gerechtvaardigd is.
2. De Commissie is bevoegd om overeenkomstig artikel 61 gedelegeerde handelingen vast te stellen om bijlage IV te wijzigen door categorieën producten met digitale elementen toe te voegen of te schrappen. Bij het bepalen van dergelijke categorieën kritieke producten met digitale elementen en het vereiste zekerheidsniveau, overeenkomstig lid 1 van dit artikel, houdt de Commissie rekening met de in artikel 7, lid 2, bedoelde criteria en zorgt ze ervoor dat de categorieën producten met digitale elementen ten minste aan een van de volgende criteria voldoen:
- a) er is een kritieke afhankelijkheid van in artikel 3, lid 1, van Richtlijn (EU) 2022/2555 bedoelde essentiële entiteiten ten aanzien van de categorie producten met digitale elementen;
- b) incidenten en uitgebuite kwetsbaarheden met betrekking tot de categorie producten met digitale elementen zouden tot ernstige verstoringen van kritieke toeleveringsketens in de hele interne markt kunnen leiden.
Alvorens dergelijke gedelegeerde handelingen vast te stellen, verricht de Commissie een beoordeling van het type als bedoeld in lid 1.
De in de eerste alinea bedoelde gedelegeerde handelingen voorzien in een minimale overgangsperiode van zes maanden, tenzij een kortere overgangsperiode om dwingende redenen van urgentie gerechtvaardigd is.